reltext

Chapter 7

1 En de hogepriester zeide: Zijn dan deze dingen alzo?1

Original Greek

ΕἶπενEipenAskedG2036V-2AAI-3S
δὲdethenG1161CONJ
ὁhotheG3588T-NSM
ἀρχιερεύς·archiereushigh priest;G0749N-NSM
εἰeiwhetherG1487ICOND
ἄραarathereforeG0686CONJ
ταῦταtautathese thingsG3778D-NPN
οὕτωςhoutōssoG3779ADV
ἔχει;echeiare?G2192V-PAI-3S
  1. deze dingen alzo? Namelijk waarvan gij beschuldigd wordt.

2 En hij zeide: Gij mannen broeders en vaders, hoort toe: de God der heerlijkheid verscheen onzen vader Abraham, nog zijnde in Mesopotamië, eer hij woonde in Charran;12345

Original Greek

ὁho<the>G3588T-NSM
δὲdeAndG1161CONJ
ἔφη·ephēhe was speaking:G5346V-IAI-3S
ἄνδρεςandresMenG0435GN-VPM
ἀδελφοὶadelphoibrothersG0080N-VPM
καὶkaiandG2532CONJ
πατέρες,pateresfathers,G3962N-VPM
ἀκούσατε.akousatedo listen.G0191V-AAM-2P
ὁhoTheG3588T-NSM
θεὸςtheosGodG2316N-NSM-T
τῆςtēs<the>G3588T-GSF
δόξηςdoxēsof gloryG1391N-GSF
ὤφθηōphthēappearedG3700HV-API-3S
τῷtōto theG3588T-DSM
πατρὶpatrifatherG3962N-DSM
ἡμῶνhēmōnof usG3165P-1GP
ἈβραὰμAbraamAbrahamG0011N-DSM-P
ὄντιontibeingG1510V-PAP-DSM
ἐνeninG1722PREP
τῇtēa<the>G3588T-DSF
ΜεσοποταμίᾳMesopotamiaMesopotamiaG3318N-DSF-L
πρὶνprinbeforeG4250PREP
ἢēthanG2228CONJ
κατοικῆσαιkatoikēsaidwellingG2730V-AAN
αὐτὸνautonof hisG0846P-ASM
ἐνeninG1722PREP
Χαρράν,CharranHaran,G5488N-DSF-L
  1. broeders en vaders, Zo noemt hij hen omdat zij van een geslacht waren; die van gelijken ouderdom onder hen waren, noemende broeders, en die ouder of in enig ambt waren, vaders.
  2. onzen vader Abraham, Dat is, van welken wij Joden afkomstig zijn, en waarover wij altijd roemen; Joh 8:39 .
  3. Mesopotámië, Zo wordt in het Grieks genaamd het land, dat midden ligt tussen de rivieren Tigris en Eufraat, in het Hebreeuws genaamd Aram Naharaïm; dat is, Syrië tussen de rivieren, Gen 24:10 , tot hetwelk ook gerekend werd het land van Babylonië, waar Chaldea een deel van was; Gen 11:31 . Zie ook Plinius lib. 6, en cap.9:16.
  4. eer hij woonde Namelijk als hij nog woonde in Ur, ene stad van Chaldea; Gen 11:31 , en Gen 15:7 .
  5. Charran; Dit was ene stad van Mesopotamië, over de rivier Eufraat, Gen 11:31 , en Gen 28:10 , en Gen 29:4 ; Jos 24:2 , anders genaamd Charrhae, waar eertijds de Romeinse veldoverste M. Crassus van de Parthen is verslagen.

3 En zeide tot hem: Ga uit uw land en uit uw maagschap, en kom in een land, dat Ik u wijzen zal.1

Original Greek

καὶkaiandG2532CONJ
εἶπενeipenHe saidG2036V-2AAI-3S
πρὸςprostoG4314PREP
αὐτόν·autonhim;G0846P-ASM
ἔξελθεexelthedo go outG1831V-2AAM-2S
ἐκekfromG1537PREP
τῆςtēstheG3588T-GSF
γῆςgēscountryG1093HN-GSF
σουsouof youG4771P-2GS
καὶkaiandG2532CONJ
ἐκekfromG1537PREP
τῆςtēstheG3588T-GSF
συγγενείαςsungeneiaskindredG4772N-GSF
σουsouof youG4771P-2GS
καὶkaiandG2532CONJ
δεῦροdeurocomeG1204INJ
εἰςeisintoG1519PREP
τὴνtēntheG3588T-ASF
γῆνgēnlandG1093HN-ASF
ἣνhēnwhichG3739R-ASF
ἄνanthenG0302PRT
σοιsoito youG4771P-2DS
δείξω.¶deixōI may show.’G1166V-AAS-1S
  1. in een land, Dit was het land Kanaän, hetwelk God hem in het eerst niet noemde, om zijn geloof en gehoorzaamheid te beter te beproeven en tevoorschijn te brengen; Gen 12:1 .

4 Toen ging hij uit het land der Chaldeen, en woonde in Charran. En van daar, nadat zijn vader gestorven was, bracht Hij hem over in dit land, daar gij nu in woont.

Original Greek

ΤότεToteThenG5119ADV
ἐξελθὼνexelthōnhaving gone outG1831V-2AAP-NSM
ἐκekfromG1537PREP
γῆςgēs[the] landG1093HN-GSF
ΧαλδαίωνChaldaiōnof ChaldeansG5466N-GPM-LG
κατῴκησενkatōkēsenhe dweltG2730V-AAI-3S
ἐνeninG1722PREP
Χαρράν·CharranHaran;G5488N-DSF-L
κἀκεῖθενkakeithenAnd from thereG2532CONJ + G1564
μετὰmetaafterG3326PREP
τὸto<the>G3588T-ASN
ἀποθανεῖνapothaneindyingG0599V-2AAN
τὸνtontheG3588T-ASM
πατέραpaterafatherG3962N-ASM
αὐτοῦautouof himG0846P-GSM
μετῴκισενmetōkisenHe removedG3351V-AAI-3S
αὐτὸνautonhimG0846P-ASM
εἰςeisintoG1519PREP
τὴνtēn<the>G3588T-ASF
γῆνgēnlandG1093HN-ASF
ταύτηνtautēnthisG3778D-ASF
εἰςeisinG1519PREP
ἣνhēnwhichG3739R-ASF
ὑμεῖςhumeisyou yourselvesG4771P-2NP
νῦνnunnowG3568ADV
κατοικεῖτε,katoikeitedwell,G2730V-PAI-2P

5 En Hij gaf hem geen erfdeel in hetzelve, ook niet een voetstap; en beloofde, dat Hij hem het zelve tot een bezitting geven zou, en zijn zade na hem, als hij nog geen kind had.123

Original Greek

καὶkaiAndG2532CONJ
οὐκouknotG3756PRT-N
ἔδωκενedōkenHe did giveG1325V-AAI-3S
αὐτῷautōto himG0846P-DSM
κληρονομίανklēronomianan inheritanceG2817N-ASF
ἐνeninG1722PREP
αὐτῇautēaitG0846P-DSF
οὐδὲoudenot even [give]G3761CONJ-N
βῆμαbēma[the] lengthG0968N-ASN
ποδὸςpodosof a footG4228N-GSM
καὶkaibutG2532CONJ
ἐπηγγείλατοepēngeilatoHe promisedG1861V-ADI-3S
δοῦναιdounaito giveG1325V-2AAN
αὐτῷautōto himG0846P-DSM
εἰςeisforG1519PREP
κατάσχεσινkataschesina possessionG2697N-ASF
αὐτὴνautēnitG0846P-ASF
καὶkaiandG2532CONJ
τῷtōto theG3588T-DSN
σπέρματιspermatidescendantsG4690GN-DSN
αὐτοῦautouof himG0846P-GSM
μετ᾽met᾽afterG3326PREP
αὐτόν,autonhim,G0846P-ASM
οὐκouknotG3756PRT-N
ὄντοςontosthere beingG1510V-PAP-GSN
αὐτῷautōto himG0846P-DSM
τέκνου.teknoua child.G5043N-GSN
  1. niet een voetstap; Dat is, niet zoveel eigendom, dat hij zijn voet daarop kon stellen. Zie Deu 2:5 . Daarna heeft hij daarin een akker met ene spelonk gekocht, en dat niet om daar te wonen, maar om zijne doden daarin te begraven; Gen 23:9 .
  2. en beloofde, dat Dat is, hoewel Hij het beloofd had. Of, maar Hij beloofde.
  3. zade na hem, Dat is, nakomelingen.

6 En God sprak alzo, dat zijn zaad vreemdeling zijn zoude in een vreemd land, en dat zij het zouden dienstbaar maken, en kwalijk handelen, vierhonderd jaren.12345

Original Greek

ἐλάλησενelalēsenSpokeG2980V-AAI-3S
δὲdehoweverG1161CONJ
οὕτωςhoutōsthusG3779ADV
ὁho<the>G3588T-NSM
θεός,theosGodG2316N-NSM-T
ὅτιhotithatG3754GCONJ
ἔσταιestaiwill beG1510V-FDI-3S
τὸtotheG3588T-NSN
σπέρμαspermaseedG4690GN-NSN
αὐτοῦautouof himG0846P-GSM
πάροικονparoikona sojournerG3941A-NSN
ἐνeninG1722PREP
γῇgēaa landG1093HN-DSF
ἀλλοτρίᾳallotriastrangeG0245A-DSF
καὶkaiandG2532CONJ
δουλώσουσινdoulōsousinthey will enslaveG1402V-FAI-3P
αὐτὸautoitG0846P-ASN
καὶkaiandG2532CONJ
κακώσουσινkakōsousinthey will mistreat [it]G2559V-FAI-3P
ἔτηetēyearsG2094N-APN
τετρακόσια.tetrakosiafour hundred.G5071A-APN
  1. vreemdeling Grieks Paroikos; dat is een inwoner of bijwoner, die niet in zijn eigen, maar in eens anders huis of land woont.
  2. in een vreemd Namelijk het land van Egypte.
  3. zij het zouden Namelijk de Egyptenaren.
  4. dienstbaar maken, Door deze dienstbaarheid wordt ook verstaan al hunne ballingschap en vreemdelingschap, en niet alleen die harde dienstbaarheid, die de Israëlieten in Egypte eerst onderworpen zijn geweest na den dood van Jozef, Exo 1:6 , Exo 1:10-11 , want die heeft geen vierhonderd jaren geduurd.
  5. vierhonderd jaren Die gerekend moeten worden van den tijd, dat Abraham na deze belofte zaad heeft gekregen, en Izak hem geboren is, of als Izak gespeend werd, Gen 21:2 , Gen 21:8 ; doch wat aangaat de vierhonderd en dertig jaren, waarvan gesproken wordt Exo 12:40 , en Gal 3:17 , zie de aantekeningen daarvan op dezelfde plaatsen, Gen 12:1 , tussen welken tijd en het spenen van Izak dertig jaren zijn. Zie Gen 15:13 , op welke plaats Stefanus hier ziet.

7 En het volk, dat zij dienen zullen, zal Ik oordelen, sprak God; en daarna zullen zij uitgaan, en zij zullen Mij dienen in deze plaats.12

Original Greek

καὶkaiAndG2532CONJ
τὸtotheG3588T-ASN
ἔθνοςethnosnationG1484N-ASN
ᾧhōto whichG3739R-DSN
ἐὰνeanthenG1437COND
δουλεύσουσιν,douleusousinthey will be in bondage,G1398V-FAI-3P
κρινῶkrinōwill judgeG2919V-FAI-1S
ἐγώ,egōI myself,G1473P-1NS
ὁho<the>G3588T-NSM
θεὸςtheosGodG2316N-NSM-T
εἶπεν,eipensaidG2036V-2AAI-3S
καὶkaiandG2532CONJ
μετὰmetaafterG3326PREP
ταῦταtautathese thingsG3778D-APN
ἐξελεύσονταιexeleusontaithey will come forthG1831V-FDI-3P
καὶkaiandG2532CONJ
λατρεύσουσίνlatreusousinthey will serveG3000V-FAI-3P
μοιmoiMeG3165P-1DS
ἐνeninG1722PREP
τῷtō<the>G3588T-DSM
τόπῳtopōplaceG5117N-DSM
τούτῳ.toutōthis.’G3778D-DSM
  1. En het volk, Of, maar.
  2. oordelen, sprak Dat is, straffen naar mijn rechtvaardig oordeel, 1Co 11:31 ; Heb 13:4 , hetwelk ook voornamelijk geschied is als Farao met zijn ganse heir in de Rode zee verdronken is.

8 En Hij gaf hem het verbond der besnijdenis; en alzo gewon hij Izak, en besneed hem op den achtsten dag; en Izak gewon Jakob, en Jakob de twaalf patriarchen.123

Original Greek

καὶkaiAndG2532CONJ
ἔδωκενedōkenHe gaveG1325V-AAI-3S
αὐτῷautōto himG0846P-DSM
διαθήκηνdiathēkēn[the] covenantG1242N-ASF
περιτομῆς·peritomēsof circumcision;G4061N-GSF
καὶkaiandG2532CONJ
οὕτωςhoutōsthusG3779ADV
ἐγέννησενegennēsenhe begatG1080V-AAI-3S
τὸνton<the>G3588T-ASM
ἸσαὰκIsaakIsaacG2464N-ASM-P
καὶkaiandG2532CONJ
περιέτεμενperietemencircumcisedG4059V-2AAI-3S
αὐτὸνautonhimG0846P-ASM
τῇtēaon theG3588T-DSF
ἡμέρᾳhēmeradayG2250N-DSF
τῇtēa<the>G3588T-DSF
ὀγδόῃ,ogdoēeighth,G3590A-DSF
καὶkaiandG2532CONJ
ὁho<the>G3588T-NSM
ἸσαὰκIsaakIsaacG2464N-NSM-P
τὸνton<the>G3588T-ASM
Ἰακώβ,IakōbJacob,G2384HN-ASM-P
καὶkaiandG2532CONJ
ὁho<the>G3588T-NSM
ἸακὼβIakōbJacobG2384HN-NSM-P
τοὺςtoustheG3588T-APM
δώδεκαdōdekatwelveG1427A-NUI
πατριάρχας.patriarchaspatriarchs.G3966N-APM
  1. hem Namelijk Abraham.
  2. het verbond Dat is, de besnijdenis, die een teken en zegel des verbonds was. Zie Gen 17:10 ; Rom 4:11 .
  3. en alzo gewon Of, en deze.

9 En de patriarchen, nijdig zijnde, verkochten Jozef, om naar Egypte gebracht te worden; en God was met hem,1

Original Greek

καὶkaiAndG2532CONJ
οἱhoitheG3588T-NPM
πατριάρχαιpatriarchaipatriarchsG3966N-NPM
ζηλώσαντεςzēlōsanteshaving enviedG2206V-AAP-NPM
τὸνton<the>G3588T-ASM
ἸωσὴφIōsēphJosephG2501NN-ASM-P
ἀπέδοντοapedontosold [him]G0591V-2AMI-3P
εἰςeisintoG1519PREP
Αἴγυπτον·AiguptonEgypt;G0125N-ASF-L
καὶkaiButG2532CONJ
ἦνēnwasG1510V-IAI-3S
ὁho<the>G3588T-NSM
θεὸςtheosGodG2316N-NSM-T
μετ᾽met᾽withG3326PREP
αὐτοῦautouhimG0846P-GSM
  1. was met hem, Namelijk met zijn bijzondere gunst, genade en zegening.

10 En verloste hem uit al zijn verdrukkingen, en gaf hem genade en wijsheid voor Farao, den koning van Egypteland; en hij stelde hem tot een overste over Egypte, en zijn gehele huis.12

Original Greek

καὶkaiandG2532CONJ
ἐξείλατοexeilatorescuedG1807V-2AMI-3S
αὐτὸνautonhimG0846P-ASM
ἐκekout ofG1537PREP
πασῶνpasōnallG3956A-GPF
τῶνtōntheG3588T-GPF
θλίψεωνthlipseōntribulationsG2347N-GPF
αὐτοῦautouof himG0846P-GSM
καὶkaiandG2532CONJ
ἔδωκενedōkengaveG1325V-AAI-3S
αὐτῷautōto himG0846P-DSM
χάρινcharinfavorG5485N-ASF
καὶkaiandG2532CONJ
σοφίανsophianwisdomG4678N-ASF
ἐναντίονenantionbeforeG1726PREP
ΦαραὼPharaōPharaohG5328GN-GSM-T
βασιλέωςbasileōskingG0935N-GSM
ΑἰγύπτουAiguptouof EgyptG0125N-GSF-L
καὶkaiandG2532CONJ
κατέστησενkatestēsenhe appointedG2525V-AAI-3S
αὐτὸνautonhimG0846P-ASM
ἡγούμενονhēgoumenonrulerG2233V-PNP-ASM
ἐπ᾽ep᾽overG1909PREP
ΑἴγυπτονAiguptonEgyptG0125N-ASF-L
καὶkaiandG2532CONJ
ἐφ᾽eph᾽overG1909PREP
ὅλονholonallG3650A-ASM
τὸνtontheG3588T-ASM
οἶκονoikonhouseG3624HN-ASM
αὐτοῦ.autouof him.G0846P-GSM
  1. genade en Dat is, aangenaamheid, dat hem Farao gunstig was.
  2. overste over Grieks voorganger.

11 En er kwam een hongersnood over het gehele land van Egypte en Kanaän, en grote benauwdheid; en onze vaders vonden geen spijs.1

Original Greek

ἦλθενēlthenCameG2064V-2AAI-3S
δὲdethenG1161CONJ
λιμὸςlimosa famineG3042N-NSM
ἐφ᾽eph᾽uponG1909PREP
ὅληνholēnallG3650A-ASF
τὴνtēntheG3588T-ASF
γῆνgēnlandG1093HN-ASF
ΑἴγυπτονAiguptonof EgyptG0125N-ASF-L
καὶkaiandG2532CONJ
ΧανάανChanaanCanaanG5477N-ASF-L
καὶkaiandG2532CONJ
θλῖψιςthlipsisafflictionG2347N-NSF
μεγάληmegalēgreatG3173A-NSF
καὶkaiandG2532CONJ
οὐχouchnotG3756PRT-N
ηὕρισκονhēuriskonwere findingG2147V-IAI-3P
χορτάσματαchortasmatasustenanceG5527N-APN
οἱhoitheG3588T-NPM
πατέρεςpateresfathersG3962N-NPM
ἡμῶν.¶hēmōnof us.G3165P-1GP
  1. geen spijs Namelijk voor hen en voor hun vee. Of, niet om hen te verzadigen.

12 Maar als Jakob hoorde, dat in Egypte koren was, zond hij onze vaders de eerste maal uit.1

Original Greek

ἈκούσαςAkousasHaving heardG0191V-AAP-NSM
δὲdenowG1161CONJ
ἸακὼβIakōbJacobG2384HN-NSM-P
ὄνταonta[there] isG1510V-PAP-APN
σιτίαsitiagrainG6079N-APN
εἰςeisinG1519PREP
ΑἴγυπτονAiguptonEgyptG0125N-ASF-L
ἐξαπέστειλενexapesteilenhe sent forthG1821V-2AAI-3S
τοὺςtoustheG3588T-APM
πατέραςpaterasfathersG3962N-APM
ἡμῶνhēmōnof usG3165P-1GP
πρῶτον,prōtonfirst,G4413GA-ASN
  1. onze vaders de Dat is, zijne zonen, van wie wij afkomstig zijn.

13 En in de tweede reize werd Jozef zijn broederen bekend; en het geslacht van Jozef werd aan Farao openbaar.1

Original Greek

καὶkaiandG2532CONJ
ἐνenonG1722PREP
τῷtōtheG3588T-DSN
δευτέρῳdeuterōsecond timeG1208A-DSN
ἀνεγνωρίσθηanegnōristhēwas recognised byG0319V-API-3S
ἸωσὴφIōsēphJosephG2501NN-NSM-P
τοῖςtoistheG3588T-DPM
ἀδελφοῖςadelphoisto brothersG0080N-DPM
αὐτοῦ,autouof him,G0846P-GSM
καὶkaiandG2532CONJ
φανερὸνphaneronknownG5318A-NSN
ἐγένετοegenetobecameG1096V-2ADI-3S
τῷtō<the>G3588T-DSM
ΦαραὼPharaōto PharaohG5328GN-DSM-T
τὸtotheG3588T-NSN
γένοςgenosfamilyG1085GN-NSN
τοῦtou<the>G3588T-GSM
Ἰωσήφ.Iōsēphof Joseph.G2501NN-GSM-P
  1. reize werd Dat is, wederkomst in Egypte.

14 En Jozef zond heen, en ontbood zijn vader Jakob, en al zijn geslacht, bestaande in vijf en zeventig zielen.12

Original Greek

ἀποστείλαςaposteilasHaving sentG0649V-AAP-NSM
δὲdethenG1161CONJ
ἸωσὴφIōsēphJosephG2501NN-NSM-P
μετεκαλέσατοmetekalesatohe called forG3333V-AMI-3S
ἸακὼβIakōbJacobG2384HN-ASM-P
τὸνtontheG3588T-ASM
πατέραpaterafatherG3962N-ASM
αὐτοῦautouof himG0846P-GSM
καὶkaiandG2532CONJ
πᾶσανpasanallG3956A-ASF
τὴνtēntheG3588T-ASF
συγγένειανsungeneiankindredG4772N-ASF
αὐτοῦautouof himG0846P-GSM
ἐνenin allG1722PREP
ψυχαῖςpsuchaissoulsG5590JN-DPF
ἑβδομήκονταhebdomēkontaseventyG1440A-NUI
πέντε.pentefive.G4002A-NUI
  1. geslacht, bestaande Of, maagschap.
  2. vijf en zeventig In den Hebreeuwsen tekst Gen 46:27 ; Exo 1:5 en Deu 10:22 , wordt maar van zeventig zielen vermeld; maar in de Griekse overzetting staat Gen 46:27 , en Exo 1:5 , van vijf en zeventig, welke overzetting sommigen menen, dat Lukas hier heeft gevolgd. Zie dergelijke Luk 3:36 . Anderen menen dat Stefanus boven de zeventig nog zou gerekend hebben de vier huisvrouwen van Jakob, en de twee zonen van Juda in Kanaän gestorven, zonder Jakob zelf mede te rekenen.

15 En Jakob kwam af in Egypte, en stierf, hijzelf en onze vaders.

Original Greek

καὶkaiAndG2532CONJ
κατέβηkatebēwent downG2597V-2AAI-3S
δὲdenowG1161CONJ
ἸακὼβIakōbJacobG2384HN-NSM-P
εἰςeisintoG1519PREP
Αἴγυπτον,AiguptonEgyptG0125N-ASF-L
καὶkaiandG2532CONJ
ἐτελεύτησενeteleutēsendiedG5053V-AAI-3S
αὐτὸςautoshe himselfG0846P-NSM
καὶkaiandG2532CONJ
οἱhoitheG3588T-NPM
πατέρεςpateresfathersG3962N-NPM
ἡμῶνhēmōnof usG3165P-1GP

16 En zij werden overgebracht naar Sichem, en gelegd in het graf, hetwelk Abraham gekocht had voor een som gelds, van de zonen van Emmor, den vader van Sichem.12345

Original Greek

καὶkaiandG2532CONJ
μετετέθησανmetetethēsanthey were carried overG3346V-API-3P
εἰςeisintoG1519PREP
ΣυχὲμSuchemShechemG4966N-ASF-L
καὶkaiandG2532CONJ
ἐτέθησανetethēsanwere placedG5087V-API-3P
ἐνeninG1722PREP
τῷtōtheG3588T-DSN
μνήματιmnēmatitombG3418N-DSN
ᾧhōwhichG3739R-DSN
ὠνήσατοōnēsatoboughtG5608V-ADI-3S
ἈβραὰμAbraamAbrahamG0011N-NSM-P
τιμῆςtimēsfor a sumG5092N-GSF
ἀργυρίουarguriouof silverG0694N-GSN
παρὰparafromG3844PREP
τῶνtōntheG3588T-GPM
υἱῶνhuiōnsonsG5207N-GPM
ἙμμὼρHemmōrof HamorG1697N-GSM-P
ἐνeninG1722PREP
Συχέμ.SuchemShechem.G4966N-DSF-L
  1. zij werden Dat is, hun gebeente.
  2. naar Sichem, Dit was ene stad in het land van Samaria, Gen 33:19 , anders ook Sichar genaamd, Joh 4:5 , bij welke de beenderen van Jozef begraven zijn, in dat stuk velds, hetwelk Jakob kocht van de kinderen van Hemor, den vader van Sichem, Jos 24:32 , en het is gelofelijk dat van enigen de beenderen der andere voorvaders ook daar gebracht zijn.
  3. Abraham gekocht gen. 33:19, en Jos 24:32 wordt uitdrukkelijk gezegd dat Jakob van de kinderen van Emmor, den vader van Sichem, een stuk lands gekocht heeft; waarom sommigen menen dat het woord Jakob uit vs.15 moet herhaald worden, en dat het woord Abraham eertijds in den tekst niet heeft gestaan. Doch anderen menen dat het woord Abraham in den tekst wel mag behouden worden, alzo ook Abraham te Hebron ene spelonk gekocht heeft van Efron den zoon Zoar, tot begraving zijner doden, Gen 23:16 , in welke ook Jakob heeft willen begraven zijn, Gen 49:29-30 , en waarheen ook schijnt dat de gebeenten van enige andere voorvaders uit Sichem overgebracht zijn. En dezen zetten den tekst hier aldus over: benevens hetgeen; dat is, benevens het graf, dat van deze zonen van Emmor, den vader van Sichem; namelijk door Jakob gekocht was; Gen 33:19 .
  4. een som gelds, Grieks voor prijs van zilver.
  5. den vader van Zie Gen 33:19 .

17 Maar als nu de tijd der belofte, die God aan Abraham gezworen had, genaakte, wies het volk en vermenigvuldigde in Egypte;1

Original Greek

καθὼςkathōsEven asG2531CONJ
δὲdenowG1161CONJ
ἤγγιζενēngizenwas drawing nearG1448V-IAI-3S
ὁhotheG3588T-NSM
χρόνοςchronostimeG5550N-NSM
τῆςtēsof theG3588T-GSF
ἐπαγγελίαςepangeliaspromiseG1860N-GSF
ἧςhēsthatG3739R-GSF
ὡμολόγησενhōmologēsenhe agreedG3670V-AAI-3S
ὁho<the>G3588T-NSM
θεὸςtheosGodG2316N-NSM-T
τῷtō<the>G3588T-DSM
Ἀβραάμ,Abraamto Abraham,G0011N-DSM-P
ηὔξησενēuxēsenincreasedG0837V-AAI-3S
ὁhotheG3588T-NSM
λαὸςlaospeopleG2992N-NSM
καὶkaiandG2532CONJ
ἐπληθύνθηeplēthunthēmultipliedG4129V-API-3S
ἐνeninG1722PREP
ΑἰγύπτῳAiguptōEgyptG0125N-DSF-L
  1. de tijd der Namelijk aan Abraham gedaan, dat zijne nakomelingen uit het vreemde land en de dienstbaarheid verlost zouden worden, vs.7; of van de vermenigvuldiging zijns zaads; Gen 22:16-17 .

18 Totdat een ander koning opstond, die Jozef niet gekend had.1

Original Greek

ἄχριachriuntilG0891PREP
οὗhouthatG3739R-GSM
ἀνέστηanestēthere aroseG0450V-2AAI-3S
βασιλεὺςbasileuskingG0935N-NSM
ἕτεροςheterosanotherG2087A-NSM
ἐπ᾽ep᾽overG1909PREP
ΑἴγυπτονAiguptonEgyptG0125N-ASF-L
ὃςhoswhoG3739R-NSM
οὐκouknotG3756PRT-N
ᾔδειēdeiknewG1492IV-2LAI-3S
τὸνton<the>G3588T-ASM
Ἰωσήφ.IōsēphJoseph.G2501NN-ASM-P
  1. die Jozef niet Namelijk hoeveel goeds hij aan Egypte gedaan had; en daarom den Hebreën niet gunstig was.

19 Deze gebruikte listigheid tegen ons geslacht, en handelde kwalijk met onze vaderen, zodat zij hun jonge kinderen moesten wegwerpen, opdat zij niet zouden voorttelen.12

Original Greek

οὗτοςhoutosHeG3778D-NSM
κατασοφισάμενοςkatasophisamenoshaving dealt treacherously withG2686V-ADP-NSM
τὸtotheG3588T-ASN
γένοςgenosraceG1085GN-ASN
ἡμῶνhēmōnof usG3165P-1GP
ἐκάκωσενekakōsenhe mistreatedG2559V-AAI-3S
τοὺςtoustheG3588T-APM
πατέραςpaterasfathersG3962N-APM
ἡμῶνhēmōnof usG3165P-1GP
τοῦtou<the>G3588T-GSN
ποιεῖνpoieinmaking [them]G4160GV-PAN
τὰtatheG3588T-APN
βρέφηbrephēinfantsG1025N-APN
ἔκθεταekthetaabandonG1570A-APN
αὐτῶνautōnof themG0846P-GPM
εἰςeisuntoG1519PREP
τὸtotheG3588T-ASN
μὴmēnotG3361PRT-N
ζῳογονεῖσθαι.zōogoneisthaito be given life.G2225V-PPN
  1. gebruikte listigheid Dat is, onderdrukte hen met listen. Door den zwaren arbeid hen tenonder houdende en zijn voordeel doende; en hun mannelijke kinderen dodende, opdat zij niet meer zouden vermenigvuldigen. Zie Exo 1:10 .
  2. voorttelen Of, in het leven blijven.

20 In welken tijd Mozes werd geboren, en was uitnemend schoon; welke drie maanden opgevoed werd in het huis zijns vaders.1

Original Greek

ἐνenInG1722PREP
ᾧhōthatG3739R-DSM
καιρῷkairōtimeG2540N-DSM
ἐγεννήθηegennēthēwas bornG1080V-API-3S
ΜωϋσῆςMōusēsMosesG3475N-NSM-P
καὶkaiandG2532CONJ
ἦνēnhe wasG1510V-IAI-3S
ἀστεῖοςasteiosbeautifulG0791A-NSM
τῷtō<the>G3588T-DSM
θεῷ·theōto God;G2316N-DSM-T
ὃςhoswhoG3739R-NSM
ἀνετράφηanetraphēwas brought upG0397V-2API-3S
μῆναςmēnasmonthsG3376N-APM
τρεῖςtreisthreeG5140A-APM
ἐνeninG1722PREP
τῷtōtheG3588T-DSM
οἴκῳoikōhouseG3624GN-DSM
τοῦtouof theG3588T-GSM
πατρόςpatrosfatherG3962N-GSM
αὐτοῦ·autouof him;G0846P-GSM
  1. uitnemend schoon; Grieks Gode schoon; dat is, goddelijk of uitnemend, Exo 2:2 ; alzo wordt Nineve genaamd ene stad Gode groot, dat is uitnemend groot. God had hem die grote schoonheid gegeven om daardoor de dochter van Farao te bewegen, hem bij het leven te behouden en voor haren zoon aan te nemen; Exo 2:10 .

21 En als hij weggeworpen was, nam hem de dochter van Farao op, en voedde hem voor zichzelve op tot een zoon.1

Original Greek

ἐκτεθέντοςektethentosWhen was being exposedG1620V-APP-GSM
δὲdethenG1161CONJ
αὐτοῦautouheG0846P-GSM
ἀνείλατοaneilatotook upG0337V-2AMI-3S
αὐτὸνautonhimG0846P-ASM
ἡhētheG3588T-NSF
θυγάτηρthugatērdaughterG2364N-NSF
ΦαραὼPharaōof PharaohG5328HN-GSM-T
καὶkaiandG2532CONJ
ἀνεθρέψατοanethrepsatobrought upG0397V-AMI-3S
αὐτὸνautonhimG0846P-ASM
ἑαυτῇhe'autēafor herselfG1438F-3DSF
εἰςeisforG1519PREP
υἱόν.huiona son.G5207N-ASM
  1. tot een zoon Dat is, hem tot een zoon aangenomen of geadopteerd hebbende; Heb 11:24 .

22 En Mozes werd onderwezen in alle wijsheid der Egyptenaren; en was machtig in woorden en in werken.

Original Greek

καὶkaiAndG2532CONJ
ἐπαιδεύθηepaideuthēwas instructedG3811V-API-3S
ΜωϋσῆςMōusēsMosesG3475N-NSM-P
ἐνeninG1722PREP
πάσῃpasēallG3956A-DSF
σοφίᾳsophia[the] wisdomG4678N-DSF
Αἰγυπτίων·Aiguptiōnof [the] Egyptians;G0124A-GPM-LG
ἦνēnhe wasG1510V-IAI-3S
δὲdenowG1161CONJ
δυνατὸςdunatosmightyG1415A-NSM
ἐνeninG1722PREP
λόγοιςlogoiswordsG3056N-DPM
καὶkaiandG2532CONJ
ἐνeninG1722PREP
ἔργοιςergoisdeedsG2041N-DPN
αὐτοῦ.autouof him.G0846P-GSM

23 Als hem nu de tijd van veertig jaren vervuld was, kwam hem in zijn hart, zijn broeders, de kinderen Israëls, te bezoeken.12

Original Greek

ὡςhōsWhenG5613PRT
δὲdethenG1161CONJ
ἐπληροῦτοeplēroutowas fulfilledG4137V-IPI-3S
αὐτῷautōto himG0846P-DSM
τεσσερακονταετὴςtesserakontaetēsof forty yearsG5063A-NSM
χρόνος,chronosa period,G5550N-NSM
ἀνέβηanebēit cameG0305V-2AAI-3S
ἐπὶepiintoG1909PREP
τὴνtēntheG3588T-ASF
καρδίανkardianmindG2588N-ASF
αὐτοῦautouof himG0846P-GSM
ἐπισκέψασθαιepiskepsasthaito visitG1980V-ADN
τοὺςtoustheG3588T-APM
ἀδελφοὺςadelphousbrothersG0080N-APM
αὐτοῦautouof himG0846P-GSM
τοὺςtoustheG3588T-APM
υἱοὺςhuioussonsG5207N-APM
Ἰσραήλ.Israēlof Israel.G2474N-GSM-L
  1. veertig jaren Namelijk die hij in het hof van Farao geleefd had.
  2. zijn broeders, Dat is, die van zijn volk en geslacht waren.

24 En ziende een, die onrecht leed, beschermde hij hem, en wreekte dengene, dien overlast geschiedde, en versloeg den Egyptenaar.1

Original Greek

καὶkaiAndG2532CONJ
ἰδώνidōnhaving seenG1492HV-2AAP-NSM
τιναtinaa certain oneG5100X-ASM
ἀδικούμενονadikoumenonbeing wrongedG0091V-PPP-ASM
ἠμύνατοēmunatohe defended [him]G0292V-ADI-3S
καὶkaiandG2532CONJ
ἐποίησενepoiēsenhe didG4160GV-AAI-3S
ἐκδίκησινekdikēsinvengeanceG1557N-ASF
τῷtōfor the [one]G3588T-DSM
καταπονουμένῳkataponoumenōbeing oppressedG2669V-PPP-DSM
πατάξαςpataxashaving struck downG3960V-AAP-NSM
τὸνtontheG3588T-ASM
Αἰγύπτιον.AiguptionEgyptian.G0124A-ASM-LG
  1. een, die onrecht Namelijk Israëliet.

25 En hij meende, dat zijn broeders zouden verstaan, dat God door zijn hand hun verlossing geven zou; maar zij hebben het niet verstaan.1234

Original Greek

ἐνόμιζενenomizenHe was supposingG3543V-IAI-3S
δὲdenowG1161CONJ
συνιέναιsunienaito understandG4920V-PAN
τοὺςtoustheG3588T-APM
ἀδελφοὺςadelphousbrothersG0080N-APM
αὐτοῦautouof himG0846P-GSM
ὅτιhotithatG3754GCONJ
ὁho<the>G3588T-NSM
θεὸςtheosGodG2316N-NSM-T
διὰdiathroughG1223PREP
χειρὸςcheiros[the] handG5495N-GSF
αὐτοῦautouof himG0846P-GSM
δίδωσινdidōsinis givingG1325V-PAI-3S
σωτηρίανsōtēriansalvationG4991N-ASF
αὐτοῖς·autoisto them;G0846P-DPM
οἱhoi<the>G3588T-NPM
δὲdebutG1161CONJ
οὐounotG3756PRT-N
συνῆκαν.sunēkanthey understood.G4920V-AAI-3P
  1. verstaan, dat Namelijk uit deze zijne daad.
  2. door zijn hand Dat is, door zijn dienst. Hebreën.
  3. verlossing geven Grieks behoudenis; namelijk uit de slavernij van Egypte.
  4. niet verstaan Namelijk uit onachtzaamheid of halsstarrigheid, welk gebrek altijd bij dit volk geweest is. Zie vs.35.

26 En den volgenden dag werd hij van hen gezien, daar zij vochten; en hij drong ze tot vrede, zeggende: Mannen, gij zijt broeders; waarom doet gij elkander ongelijk?1

Original Greek

τῇtēaOn theG3588T-DSF
τεteandG5037CONJ
ἐπιούσῃepiousēfollowingG1966V-PAP-DSF
ἡμέρᾳhēmeradayG2250N-DSF
ὤφθηōphthēhe appearedG3700HV-API-3S
αὐτοῖςautoisto those whoG0846P-DPM
μαχομένοιςmachomenoiswere quarrelingG3164V-PNP-DPM
καὶkaiandG2532CONJ
συνήλλασσενsunēllassenwas reconcilingG9996V-IAI-3S
αὐτοὺςautousthemG0846P-APM
εἰςeistoG1519PREP
εἰρήνηνeirēnēnpeaceG1515N-ASF
εἰπών·eipōnhaving said:G2036V-2AAP-NSM
ἄνδρες,andresMen,G0435GN-VPM
ἀδελφοίadelphoibrothersG0080N-NPM
ἐστεesteareG1510V-PAI-2P
ὑμεῖς·humeisyou yourselves;G4771P-2NP
ἱνατίhinatiwhyG2443CONJ + G5101
ἀδικεῖτεadikeitewrongG0091V-PAI-2P
ἀλλήλους;allēlousone another?G0240C-APM
  1. drong ze tot Namelijk met ernstige vermaningen.

27 En die zijn naaste ongelijk deed, verstiet hem, zeggende: Wie heeft u tot een overste en rechter over ons gesteld?

Original Greek

ὁhoThe [one]G3588T-NSM
δὲdehoweverG1161CONJ
ἀδικῶνadikōnmistreatingG0091V-PAP-NSM
τὸνtontheG3588T-ASM
πλησίονplēsionneighbourG4139ADV
ἀπώσατοapōsatopushed awayG0683V-ADI-3S
αὐτὸνautonhimG0846P-ASM
εἰπών·eipōnhaving said;G2036V-2AAP-NSM
τίςtisWhoG5101I-NSM
σεseyouG4771P-2AS
κατέστησενkatestēsenappointedG2525V-AAI-3S
ἄρχονταarchontarulerG0758N-ASM
καὶkaiandG2532CONJ
δικαστὴνdikastēnjudgeG1348N-ASM
ἐφ᾽eph᾽overG1909PREP
ἡμῶν;hēmōnus?G3165P-1GP

28 Wilt gij mij ook ombrengen, gelijkerwijs gij gisteren den Egyptenaar omgebracht hebt?

Original Greek

μὴmēSurely notG3361PRT-N
ἀνελεῖνaneleinto executeG0337V-2AAN
μεmemeG3165P-1AS
σὺsuyou yourselfG4771P-2NS
θέλειςtheleisdesireG2309V-PAI-2S
ὃνhon[the] sameG3739R-ASM
τρόπονtroponwayG5158N-ASM
ἀνεῖλεςaneilesyou executedG0337V-2AAI-2S
ἐχθὲςechthesyesterdayG5504ADV
τὸνtontheG3588T-ASM
Αἰγύπτιον;AiguptionEgyptian?’G0124A-ASM-LG

29 En Mozes vluchtte op dat woord en werd een vreemdeling in het land Madiam, waar hij twee zonen gewon.1

Original Greek

ἔφυγενephugenFledG5343V-2AAI-3S
δὲdethenG1161CONJ
ΜωϋσῆςMōusēsMosesG3475N-NSM-P
ἐνenatG1722PREP
τῷtō<the>G3588T-DSM
λόγῳlogōremarkG3056N-DSM
τούτῳtoutōthisG3778D-DSM
καὶkaiandG2532CONJ
ἐγένετοegenetobecameG1096V-2ADI-3S
πάροικοςparoikosexiledG3941A-NSM
ἐνeninG1722PREP
γῇgēa[the] landG1093HN-DSF
Μαδιάμ,Madiamof Midian,G3099N-GSM-L
οὗhouwhereG3757ADV
ἐγέννησενegennēsenhe begatG1080V-AAI-3S
υἱοὺςhuioussonsG5207N-APM
δύο.duotwo.G1417A-NUI
  1. op dat woord Grieks in dat woord; dat is, zo haast dat gesproken was; omdat hij daaruit verstond dat zijne daad niet verborgen was, gelijk hij gemeend had.

30 En als veertig jaren vervuld waren, verscheen hem de Engel des Heeren, in de woestijn van den berg Sinaï, in een vlammig vuur van het doornenbos.123

Original Greek

καὶkaiAndG2532CONJ
πληρωθέντωνplērōthentōnwhen were passingG4137V-APP-GPN
ἐτῶνetōnyearsG2094N-GPN
τεσσεράκονταtesserakontafortyG5062A-NUI
ὤφθηōphthēappearedG3700HV-API-3S
αὐτῷautōto himG0846P-DSM
ἐνeninG1722PREP
τῇtēatheG3588T-DSF
ἐρήμῳerēmōwildernessG2048A-DSF
τοῦtouof theG3588T-GSN
ὄρουςorousMountG3735N-GSN-L
ΣινᾶSinaSinaiG4614N-GSN-L
ἄγγελοςangelosan angelG0032GN-NSM
κυρίουkuriouof [the] LordG2962GN-GSM-T
ἐνeninG1722PREP
φλογὶphlogia flameG5395N-DSF
πυρὸςpurosof fireG4442N-GSN
βάτου.batouof a bush.G0942N-GSF
  1. veertig jaren Namelijk die hij na de vlucht uit Egypte in Midian doorgebracht had; zodat hij nu tachtig jaren oud was; zie vs.33.
  2. de Engel des Namelijk de eeuwige Zoon Gods, de Heere zelf, gelijk men ziet in vs.31,32 en Exo 3:4-5 , en Exo 23:21 ; 1Co 10:9 .
  3. in een vlammig Grieks in een vlam vuurs.

31 Mozes nu, dat ziende, verwonderde zich over het gezicht; en als hij derwaarts ging, om dat te bezien, zo geschiedde een stem des Heeren tot hem,1

Original Greek

ὁho<the>G3588T-NSM
δὲdeAndG1161CONJ
ΜωϋσῆςMōusēsMosesG3475N-NSM-P
ἰδὼνidōnhaving seen [it]G1492HV-2AAP-NSM
ἐθαύμαζενethaumazenwas marvelling atG2296V-IAI-3S
τὸtotheG3588T-ASN
ὅραμα·horamavision;G3705N-ASN
προσερχομένουproserchomenouWhen is approachingG4334V-PNP-GSM
δὲdethenG1161CONJ
αὐτοῦautouheG0846P-GSM
κατανοῆσαι,katanoēsaito behold [it],G2657V-AAN
ἐγένετοegenetothere wasG1096V-2ADI-3S
φωνὴphōnē[the] voiceG5456GN-NSF
κυρίουkuriouof [the] LordG2962GN-GSM-T
πρὸςprostoG4314PREP
αὐτόν·autonhim:G0846P-ASM
  1. te bezien, zo Of, te bemerken.

32 Zeggende: Ik ben de God uwer vaderen, de God Abrahams, en de God Izaks, en de God Jakobs. En Mozes werd zeer bevende, en durfde het niet bezien.12

Original Greek

ἐγὼegōI myself [am]G1473P-1NS
ὁhotheG3588T-NSM
θεὸςtheosGodG2316N-NSM-T
τῶνtōnof theG3588T-GPM
πατέρωνpaterōnFathersG3962N-GPM-T
σου,souof you,G4771P-2GS
ὁhotheG3588T-NSM
θεὸςtheosGodG2316N-NSM-T
ἈβραὰμAbraamof AbrahamG0011N-GSM-P
καὶkaiandG2532CONJ
ὁhotheG3588T-NSM
θεὸςtheosGodG2316N-NSM-T
ἸσαὰκIsaakof IsaacG2464N-GSM-P
καὶkaiandG2532CONJ
ὁhotheG3588T-NSM
θεὸςtheosGodG2316N-NSM-T
Ἰακώβ.Iakōbof Jacob.’G2384HN-GSM-P
ἔντρομοςentromosTerrifiedG1790A-NSM
δὲdethenG1161CONJ
γενόμενοςgenomenoshaving becomeG1096V-2ADP-NSM
ΜωϋσῆςMōusēsMosesG3475N-NSM-P
οὐκouknotG3756PRT-N
ἐτόλμαetolmahe was daringG5111V-IAI-3S
κατανοῆσαι.katanoēsaito look.G2657V-AAN
  1. het niet Of, hem; namelijk den engel.
  2. bezien Of, bemerken.

33 En de Heere zeide tot hem: Ontbind de schoenen van uw voeten; want de plaats in welke gij staat, is heilig land.12

Original Greek

εἶπενeipenSaidG2036V-2AAI-3S
δὲdethenG1161CONJ
αὐτῷautōto himG0846P-DSM
ὁhotheG3588T-NSM
κύριος·kuriosLord;G2962GN-NSM-T
λῦσονlusondo take offG3089V-AAM-2S
τὸtotheG3588T-ASN
ὑπόδημαhupodēmasandalG5266N-ASN
τῶνtōnof theG3588T-GPM
ποδῶνpodōnfeetG4228N-GPM
σου·souof you;G4771P-2GS
ὁho<the>G3588T-NSM
γὰρgarforG1063CONJ
τόποςtoposthe placeG5117N-NSM
ἐφ᾽eph᾽onG1909PREP
ᾧhōwhichG3739R-DSM
ἕστηκαςhestēkasyou have stoodG2476V-RAI-2S
γῆgēgroundG1093IN-NSF
ἁγίαhagiaholyG0040GA-NSF
ἐστίν.estinis.G1510V-PAI-3S
  1. de schoenen van Het Griekse woord betekent zolen, die onder aan de voeten met banden aangebonden werden.
  2. heilig land Namelijk om de goddelijke verschijning, die daar geschiedde.

34 Ik heb merkelijk gezien de mishandeling Mijns volks, dat in Egypte is, en Ik heb hun zuchten gehoord en ben nedergekomen, om hen daaruit te verlossen; en nu, kom herwaarts, Ik zal u naar Egypte zenden.12

Original Greek

ἰδὼνidōnHaving seenG1492HV-2AAP-NSM
εἶδονeidonI sawG1492HV-2AAI-1S
τὴνtēntheG3588T-ASF
κάκωσινkakōsinoppressionG2561N-ASF
τοῦtouof theG3588T-GSM
λαοῦlaoupeopleG2992N-GSM
μουmouof MineG3165P-1GS
τοῦtou<the>G3588T-GSM
ἐνeninG1722PREP
ΑἰγύπτῳAiguptōEgyptG0125N-DSF-L
καὶkaiandG2532CONJ
τοῦtoutheG3588T-GSM
στεναγμοῦstenagmougroansG4726N-GSM
αὐτῶνautōnof themG0846P-GPM
ἤκουσα·ēkousaI have heard;G0191V-AAI-1S
καὶkaiandG2532CONJ
κατέβηνkatebēnI have come downG2597V-2AAI-1S
ἐξελέσθαιexelesthaito deliverG1807V-2AMN
αὐτούς·autousthem;G0846P-APM
καὶkaiandG2532CONJ
νῦνnunnowG3568ADV
δεῦροdeurocomeG1204INJ
ἀποστείλωaposteilōI may sendG0649V-AAS-1S
σεseyouG4771P-2AS
εἰςeistoG1519PREP
Αἴγυπτον.¶AiguptonEgypt.’G0125N-ASF-L
  1. merkelijk gezien Grieks ziende gezien. Hebreën, dat is, wel terdege gezien, en ernstig daarop gelet, hoe mijn volk in Egypte mishandeld wordt.
  2. nedergekomen, Namelijk van den hemel; hetwelk verstaan moet worden menselijkerwijze gesproken, dat God nu bereid was om zijn volk te verlossen en hunne vijanden te straffen. Want anderszins vervult God hemel en aarde; Jer 23:24 .

35 Dezen Mozes, welken zij verloochend hadden, zeggende: Wie heeft u tot een overste en rechter gesteld? dezen, zeg ik, heeft God tot een overste en verlosser gezonden, door de hand des Engels, Die hem verschenen was in het doornenbos.1

Original Greek

ΤοῦτονToutonThisG3778D-ASM
τὸνton<the>G3588T-ASM
ΜωϋσῆνMōusēnMosesG3475N-ASM-P
ὃνhonwhomG3739R-ASM
ἠρνήσαντοērnēsantothey rejectedG0720V-ADI-3P
εἰπόντες·eiponteshaving said;G2036V-2AAP-NPM
τίςtisWhoG5101I-NSM
σεseyouG4771P-2AS
κατέστησενkatestēsenappointedG2525V-AAI-3S
ἄρχονταarchontarulerG0758N-ASM
καὶkaiandG2532CONJ
δικαστήν;dikastēnjudge?’ —G1348N-ASM
τοῦτονtoutonhim [whom]G3778D-ASM
ὁho<the>G3588T-NSM
θεὸςtheosGod [as]G2316N-NSM-T
καὶkaiandG2532CONJ
ἄρχονταarchontarulerG0758N-ASM
καὶkaiandG2532CONJ
λυτρωτὴνlutrōtēnredeemerG3086N-ASM
ἀπέσταλκενapestalkenhas sentG0649V-RAI-3S
σὺνsunbyG4862PREP
χειρὶcheiri[the] handG5495N-DSF
ἀγγέλουangelouof [the] angelG0032GN-GSM
τοῦtouwhoG3588T-GSM
ὀφθέντοςophthentoshaving appearedG3700HV-APP-GSM
αὐτῷautōto himG0846P-DSM
ἐνeninG1722PREP
τῇtēatheG3588T-DSF
βάτῳ.batōbush —.G0942N-DSF
  1. door de hand Dat is, door de besturing. Hebreën.

36 Deze heeft hen uitgeleid, doende wonderen en tekenen in het land van Egypte, en in de Rode zee, en in de woestijn, veertig jaren.

Original Greek

οὗτοςhoutosthis oneG3778D-NSM
ἐξήγαγενexēgagenled outG1806V-2AAI-3S
αὐτοὺςautousthemG0846P-APM
ποιήσαςpoiēsashaving doneG4160GV-AAP-NSM
τέραταteratawondersG5059N-APN
καὶkaiandG2532CONJ
σημεῖαsēmeiasignsG4592N-APN
ἐνeninG1722PREP
γῇgēa[the] land ofG1093HN-DSF
ΑἰγύπτῳAiguptōEgyptG0125N-DSF-L
καὶkaiandG2532CONJ
ἐνeninG1722PREP
ἐρυθρᾷeruthra[the] RedG2063A-DSF
θαλάσσῃthalassēSeaG2281N-DSF-L
καὶkaiandG2532CONJ
ἐνeninG1722PREP
τῇtēatheG3588T-DSF
ἐρήμῳerēmōwildernessG2048A-DSF
ἔτηetēyearsG2094N-APN
τεσσεράκοντα.tesserakontaforty.G5062A-NUI

37 Deze is de Mozes, die tot de kinderen Israëls gezegd heeft: De Heere, uw God, zal u een Profeet verwekken uit uw broederen, gelijk mij; Dien zult gij horen.1

Original Greek

οὗτόςhoutosThisG3778D-NSM
ἐστινestinisG1510V-PAI-3S
ὁhotheG3588T-NSM
ΜωϋσῆςMōusēsMosesG3475N-NSM-P
ὁho<the>G3588T-NSM
εἴπαςeipashaving saidG2036V-2AAP-NSM
τοῖςtoisto theG3588T-DPM
υἱοῖςhuioissonsG5207N-DPM
Ἰσραήλ·Israēlof Israel;G2474N-GSM-L
προφήτηνprophētēnA prophetG4396N-ASM
ὑμῖνhuminfor youG4771P-2DP
ἀναστήσειanastēseiwill raise upG0450V-FAI-3S
κύριοςkurios[the] LordG2962GN-NSM-T
ὁho<the>G3588T-NSM
θεὸςtheosGodG2316N-NSM-T
ὑμῶνhumōnof youG4771P-2GP
ἐκekout fromG1537PREP
τῶνtōntheG3588T-GPM
ἀδελφῶνadelphōnbrothersG0080N-GPM
ὑμῶνhumōnof youG4771P-2GP
ὡςhōslikeG5613PRT
ἐμέememe myselfG1473P-1AS
αὐτοῦautouof himG0846P-GSM
ἀκούσεσθε.akousestheyou will listen to.G0191V-FDI-2P
  1. een Profeet Namelijk den Christus of Messias. Hier toont Stefanus dat hij tegen Mozes niet leert als hij Jezus Christus predikt, dewijl Mozes zelf van Hem geprofeteerd heeft.

38 Deze is het, die in de vergadering des volks in de woestijn was met den Engel, Die tot hem sprak op den berg Sinaï, en met onze vaderen; welke de levende woorden ontving, om ons die te geven.1234

Original Greek

οὗτόςhoutosThisG3778D-NSM
ἐστινestinisG1510V-PAI-3S
ὁhothe [one]G3588T-NSM
γενόμενοςgenomenoshaving beenG1096V-2ADP-NSM
ἐνeninG1722PREP
τῇtēatheG3588T-DSF
ἐκκλησίᾳekklēsiacongregationG1577N-DSF
ἐνeninG1722PREP
τῇtēatheG3588T-DSF
ἐρήμῳerēmōwildernessG2048A-DSF
μετὰmetawithG3326PREP
τοῦtoutheG3588T-GSM
ἀγγέλουangelouangelG0032GN-GSM
τοῦtouwhoG3588T-GSM
λαλοῦντοςlalountosis speakingG2980V-PAP-GSM
αὐτῷautōto himG0846P-DSM
ἐνeninG1722PREP
τῷtōtheG3588T-DSN
ὄρειoreiMountG3735N-DSN-L
ΣινᾶSinaSinaiG4614N-DSN-L
καὶkaiandG2532CONJ
τῶνtōnof theG3588T-GPM
πατέρωνpaterōnfathersG3962N-GPM
ἡμῶνhēmōnof usG3165P-1GP
ὃςhoswhoG3739R-NSM
ἐδέξατοedexatoreceivedG1209V-ADI-3S
λόγιαlogiaoraclesG3051N-APN
ζῶνταzōntalivingG2198V-PAP-APN
δοῦναιdounaito giveG1325V-2AAN
ἡμῖν·hēminto us;G3165P-1DP
  1. vergadering des volks Of, gemeente. Dit is de vergadering des volks geweest, die beschreven wordt Exo 19 , en in enige volgende hoofdstukken.
  2. den Engel, Namelijk de Zoon Gods, vs.30.
  3. levende Dat is, den weg ten leven aanwijzende.
  4. woorden ontving, Dat is, uitspraken of aanspraken Gods, waarmede Hij zijnen wil verklaarde.

39 Denwelken onze vaders niet wilden gehoorzaam zijn, maar verwierpen hem, en keerden met hun harten weder naar Egypte;12

Original Greek

ᾧhōto whomG3739R-DSM
οὐκouknotG3756PRT-N
ἠθέλησανēthelēsanwantedG2309V-AAI-3P
ὑπήκοοιhupēkooiobedientG5255A-NPM
γενέσθαιgenesthaito beG1096V-2ADN
οἱhoitheG3588T-NPM
πατέρεςpateresfathersG3962N-NPM
ἡμῶν,hēmōnof us,G3165P-1GP
ἀλλ᾽all᾽butG0235CONJ
ἀπώσαντοapōsantothey thrust awayG0683V-ADI-3P
καὶkaiandG2532CONJ
ἐστράφησανestraphēsanthey turned backG4762V-2API-3P
ἐνeninG1722PREP
ταῖςtaistheG3588T-DPF
καρδίαιςkardiaisheartsG2588N-DPF
αὐτῶνautōnof themG0846P-GPM
εἰςeistoG1519PREP
Αἴγυπτον,AiguptonEgypt,G0125N-ASF-L
  1. maar verwierpen Namelijk Mozes en God door Mozes hun zijn levende woorden voorhoudende.
  2. naar Egypte; Namelijk verlangende weder naar dat land, of naar de bijgelovigheden van Egypte.

40 Zeggende tot Aäron: Maak ons goden, die voor ons heengaan; want wat dezen Mozes aangaat, die ons uit het land van Egypte geleid heeft, wij weten niet, wat hem geschied is.

Original Greek

εἰπόντεςeiponteshaving saidG2036V-2AAP-NPM
τῷtō<the>G3588T-DSM
Ἀαρών·Aarōnto Aaron;G0002N-DSM-P
ποίησονpoiēsondo makeG4160GV-AAM-2S
ἡμῖνhēminusG3165P-1DP
θεοὺςtheousgodsG2316N-APM
οἳhoiwhoG3739R-NPM
προπορεύσονταιproporeusontaiwill go beforeG4313V-FDI-3P
ἡμῶν·hēmōnus;G3165P-1GP
ὁho<the>G3588T-NSM
γὰρgarAs forG1063CONJ
ΜωϋσῆςMōusēsMosesG3475N-NSM-P
οὗτοςhoutosthisG3778D-NSM
ὃςhoswhoG3739R-NSM
ἐξήγαγενexēgagenbrought outG1806V-2AAI-3S
ἡμᾶςhēmasusG3165P-1AP
ἐκekfromG1537PREP
γῆςgēs[the] landG1093HN-GSF
Αἰγύπτου,Aiguptouof Egypt,G0125N-GSF-L
οὐκouknotG3756PRT-N
οἴδαμενoidamenwe knowG6063V-RAI-1P
τίtiwhatG5101I-NSN
ἐγένετοegenetohappenedG1096V-2ADI-3S
αὐτῷ.autōto him.’G0846P-DSM

41 En zij maakten een kalf in die dagen, en brachten offerande tot den afgod, en verheugden zich in de werken hunner handen.123

Original Greek

καὶkaiAndG2532CONJ
ἐμοσχοποίησανemoschopoiēsanthey made a calfG3447V-AAI-3P
ἐνeninG1722PREP
ταῖςtaistheG3588T-DPF
ἡμέραιςhēmeraisdaysG2250N-DPF
ἐκείναιςekeinaisthoseG1565D-DPF
καὶkaiandG2532CONJ
ἀνήγαγονanēgagonofferedG0321V-2AAI-3P
θυσίανthusiana sacrificeG2378N-ASF
τῷtōto theG3588T-DSN
εἰδώλῳeidōlōidolG1497N-DSN
καὶkaiandG2532CONJ
εὐφραίνοντοeuphrainontothey were rejoicingG2165V-IPI-3P
ἐνeninG1722PREP
τοῖςtoistheG3588T-DPN
ἔργοιςergoisworksG2041N-DPN
τῶνtōnof theG3588T-GPF
χειρῶνcheirōnhandsG5495N-GPF
αὐτῶν.autōnof them.G0846P-GPM
  1. tot den afgod, Of, tot het beeld, waar zij afgoderij mede bedreven; namelijk tot het kalf.
  2. verheugden zich Namelijk met eten, drinken en spelen; Exo 32:6 ; 1Co 10:7 .
  3. werken hunner handen Dat is, in het gouden kalf, dat zij zelf met hun eigen handen gemaakt hadden. Zo worden de afgoden dikwijls genaamd om hunne nietigheid en der afgodendienaars dwaasheid aan te wijzen; Psa 115:4 .

42 En God keerde Zich, en gaf hen over, dat zij het heir des hemels dienden, gelijk geschreven is in het boek der profeten: Hebt gij ook slachtofferen en offeranden Mij opgeofferd, veertig jaren in de woestijn, gij huis Israëls?12345

Original Greek

ἔστρεψενestrepsenTurned awayG4762V-2AAI-3S
δὲdehoweverG1161CONJ
ὁho<the>G3588T-NSM
θεὸςtheosGodG2316N-NSM-T
καὶkaiandG2532CONJ
παρέδωκενparedōkendeliveredG3860V-AAI-3S
αὐτοὺςautousthemG0846P-APM
λατρεύεινlatreueinto worshipG3000V-PAN
τῇtēatheG3588T-DSF
στρατιᾷstratiahostG4756N-DSF
τοῦtou<the>G3588T-GSM
οὐρανοῦ,ouranouof heaven,G3772N-GSM
καθὼςkathōseven asG2531CONJ
γέγραπταιgegraptaiit has been writtenG1125V-RPI-3S
ἐνenin [the]G1722PREP
βίβλῳbiblōbookG0976N-DSF
τῶνtōnof theG3588T-GPM
προφητῶν·prophētōnprophets:G4396N-GPM
μὴmēNotG3361PRT-N
σφάγιαsphagiaslain beastsG4968N-APN
καὶkaiandG2532CONJ
θυσίαςthusiassacrificesG2378N-APF
προσηνέγκατέprosēnegkatedid you offerG4374V-AAI-2P
μοιmoito MeG3165P-1DS
ἔτηetēyearsG2094N-APN
τεσσεράκονταtesserakontafortyG5062A-NUI
ἐνeninG1722PREP
τῇtēatheG3588T-DSF
ἐρήμῳ,erēmōwilderness,G2048A-DSF
οἶκοςoikosO houseG3624GN-VSM
Ἰσραήλ;Israēlof Israel?G2474N-GSM-L
  1. keerde Zich, Dat is, werd toornig over hen, daar Hij tevoren hun gunstig was geweest en weldeed. Of, keerde zich van hen af.
  2. gaf hen over, Namelijk als een rechtvaardig Rechter aan hunne begeerlijkheden en in een verkeerden in; Rom 1:24 , Rom 1:28 .
  3. het heir des Dat is, de zon, maan en andere gesternten. Zie Deu 17:3 ; 2Ki 17:16 ; Isa 40:26 ; Jer 19:13 .
  4. in het boek Namelijk der kleine profeten, die in een boek tezamen bijeengesteld waren. Dit staat bij den profeet Amos, Amo 5:25 .
  5. Hebt gij ook Met dit vragen wil Hij zeggen dat zij hem niet hebben geofferd naar behoren, noch met een oprecht hart; Amo 5:21 .

43 Ja, gij hebt opgenomen den tabernakel van Moloch, en het gesternte van uw god Remfan, de afbeeldingen, die gij gemaakt hebt, om die te aanbidden; en Ik zal u overvoeren op gene zijde van Babylon.123456

Original Greek

καὶkaiAndG2532CONJ
ἀνελάβετεanelabeteYou took upG0353V-2AAI-2P
τὴνtēntheG3588T-ASF
σκηνὴνskēnēntabernacleG4633N-ASF
τοῦtou<the>G3588T-GSM
ΜολὸχMolochof MolochG3434N-GSM-T
καὶkaiandG2532CONJ
τὸtotheG3588T-ASN
ἄστρονastronstarG0798N-ASN
τοῦtouof theG3588T-GSM
θεοῦtheougodG2316N-GSM
ὑμῶνhumōnof youG4771P-2GP
Ῥαιφάν,RhaiphanRephan,G4481N-GSM-T
τοὺςtoustheG3588T-APM
τύπουςtupousimagesG5179N-APM
οὓςhousthatG3739R-APM
ἐποιήσατεepoiēsateyou madeG4160GV-AAI-2P
προσκυνεῖνproskuneinto worshipG4352V-PAN
αὐτοῖς·autoisthem;G0846P-DPM
καὶkaiandG2532CONJ
μετοικιῶmetoikiōI will removeG3351V-FAI-1S
ὑμᾶςhumasyouG4771P-2AP
ἐπέκειναepekeinabeyondG1900PREP
Βαβυλῶνος.¶BabulōnosBabylon.’G0897N-GSF-L
  1. opgenomen den Namelijk op uwe schouders, om die om te dragen.
  2. van Moloch, en Deze Moloch was een afgod der Ammonieten, Lev 18:21 ; 1Ki 11:7 ; Jer 32:35 , en komt deze naam van het Hebreeuwse woord Mesech, dat is koning, gelijk ook Milkom; 1Ki 11:5 .
  3. het gesternte Zie hiervan Amo 5:26 , en dergelijke ook Jer 7:18 , en Jer 44:25 .
  4. Remfan In den Hebreeuwsen tekst staat Chijun, waardoor sommigen verstaan den afgod Hercules, omdat de Egyptenaren, welker afgoderij de Israëlieten veel volgden, dien Chon noemden; anderen den afgod Saturnus, die van de Egyptenaren ook Refan genoemd werd, welk woord, doch veranderd in Raiphan, in de Griekse overzetting door Chijun gesteld is, die hier van Lukas gevolgd wordt, alzo dezelve in den grond met den Hebreeuwsen tekst overeenkomt. Maar in de Griekse overzetting, die Stefanus volgt, staat Raifan, hetwelk daarin in Remfan veranderd is. De Hebreën noemen een reus Refa, waarvan sommigen menen dit woord gekomen te zijn, en dat de afgod Hercules, die in eens reuzen gedaante geëerd placht te worden, daarmede betekend wordt.
  5. afbeeldingen, Grieks uitdrukselen.
  6. Babylon In het Hebreeuws staat Damaskus, gelijk ook in de Griekse overzetting. Doch Stefanus heeft meer op den zin dan op de woorden gezien, alzo de geschiedenis leert dat zij overgevoerd zijn, niet alleen aan gene zijde van Damaskus, maar ook verder aan gene zijde van Babylonië, in Perzië en Medenland. Zie 2Ki 17:6 , en JosEf. Antiq. lib.9, cap.14.

44 De tabernakel der getuigenis was onder onze vaderen in de woestijn, gelijk geordineerd had Hij, Die tot Mozes zeide, dat hij denzelven maken zou naar de afbeelding, die hij gezien had;1

Original Greek

ἩHēTheG3588T-NSF
σκηνὴskēnētabernacleG4633N-NSF
τοῦtouof theG3588T-GSN
μαρτυρίουmarturioutestimonyG3142N-GSN
ἦνēnwasG1510V-IAI-3S
ἐνenamongG1722PREP
τοῖςtoistheG3588T-DPM
πατράσινpatrasinfathersG3962N-DPM
ἡμῶνhēmōnof usG3165P-1GP
ἐνeninG1722PREP
τῇtēatheG3588T-DSF
ἐρήμῳ,erēmōwilderness,G2048A-DSF
καθὼςkathōseven asG2531CONJ
διετάξατοdietaxatohad commandedG1299V-AMI-3S
ὁhothe [One]G3588T-NSM
λαλῶνlalōnspeakingG2980V-PAP-NSM
τῷtō<the>G3588T-DSM
ΜωϋσῇMōusēato MosesG3475N-DSM-P
ποιῆσαιpoiēsaito makeG4160GV-AAN
αὐτὴνautēnitG0846P-ASF
κατὰkataaccording toG2596PREP
τὸνtontheG3588T-ASM
τύπονtuponpatternG5179N-ASM
ὃνhonthatG3739R-ASM
ἑωράκει·he'ōrakeihe had seen;G3708V-LAI-3S
  1. der getuigenis Alzo genaamd omdat de tafelen der wet, die de getuigenis des Heeren genaamd wordt, daarin bewaard werden, en God daaruit getuigenis en antwoord gaf van Zijnen wil, Exo 25:22 ; 2Ki 11:12 ; 2Ch 23:11 , en was anders genaamd des bescheids, of der samenkomst, omdat het volk, als zij vergaderen zouden, daar bescheiden werd om bijeen te komen. Zie Exo 40:2 , vergelijk met Exo 33:7 .

45 Welken ook onze vaders ontvangen hebbende, met Jozua gebracht hebben in het land, dat de heidenen bezaten, die God verdreven heeft van het aangezicht onzer vaderen, tot de dagen van David toe;1234

Original Greek

ἣνhēnwhichG3739R-ASF
καὶkaialsoG2532CONJ
εἰσήγαγονeisēgagonbrought [it]G1521V-2AAI-3P
διαδεξάμενοιdiadexamenoihaving received by successionG1237V-ADP-NPM
οἱhoitheG3588T-NPM
πατέρεςpateresfathersG3962N-NPM
ἡμῶνhēmōnof usG3165P-1GP
μετὰmetawithG3326PREP
ἸησοῦIēsouJoshuaG2424IN-GSM-P
ἐνeninG1722PREP
τῇtēatheG3588T-DSF
κατασχέσειkatascheseitaking possessionG2697N-DSF
τῶνtōnof theG3588T-GPN
ἐθνῶν,ethnōnnationsG1484N-GPN
ὧνhōnwhomG3739R-GPN
ἐξῶσενexōsendrove outG1856V-AAI-3S
ὁho<the>G3588T-NSM
θεὸςtheosGodG2316N-NSM-T
ἀπὸapofrom [the]G0575PREP
προσώπουprosōpoufaceG4383N-GSN
τῶνtōnof theG3588T-GPM
πατέρωνpaterōnfathersG3962N-GPM
ἡμῶνhēmōnof usG3165P-1GP
ἕωςhe'ōsuntilG2193PREP
τῶνtōntheG3588T-GPF
ἡμερῶνhēmerōndaysG2250N-GPF
Δαυίδ·Dauidof David;G1138N-GSM-P
  1. ontvangen hebbende, Namelijk als van hand tot hand van hunne voorouders.
  2. Jozua gebracht Dat is, Jozua den zoon van Nun. Waaruit men ziet dat de namen Jozua en Jezus enerlei namen zijn. Zie ook Heb 4:8 .
  3. in het land, Grieks in de bezitting der heidenen, of als zij het bezit der heidenen innamen.
  4. van het aangezicht Dat is, voor hen heen; of alzo dat zij het aangezicht onzer vaderen niet konden verdragen; Exo 23:28 ; Jos 24:12 ; Psa 44:4 .

46 Dewelke voor God genade gevonden heeft, en begeerd heeft te vinden een woonstede voor den God Jakobs.12

Original Greek

ὃςhoswhoG3739R-NSM
εὗρενheurenfoundG2147V-2AAI-3S
χάρινcharinfavorG5485N-ASF
ἐνώπιονenōpionbeforeG1799PREP
τοῦtou<the>G3588T-GSM
θεοῦtheouGodG2316N-GSM-T
καὶkaiandG2532CONJ
ᾐτήσατοētēsatoaskedG0154V-AMI-3S
εὑρεῖνheureinto findG2147V-2AAN
σκήνωμαskēnōmaa dwelling placeG4638N-ASN
τῷtōfor theG3588T-DSM
οἴκῳoikōhouseG3624GN-DSM
Ἰακώβ.Iakōbof Jacob.G2384HN-GSM-P
  1. genade gevonden Zie Luk 1:30 .
  2. te vinden een Dat is, te verkrijgen of te bouwen.

47 En Salomo bouwde Hem een huis.1

Original Greek

ΣολομὼνSolomōnSolomonG4672GN-NSM-P
δὲdehoweverG1161CONJ
οἰκοδόμησενoikodomēsenbuiltG3618V-AAI-3S
αὐτῷautōfor HimG0846P-DSM
οἶκον.oikon[the] house.G3624GN-ASM
  1. een huis Dat is, een vast en staand gebouw, een tempel, om niet langer in een hut of tabernakel, maar in een vast huis te wonen; Psa 132:3-5 .

48 Maar de Allerhoogste woont niet in tempelen met handen gemaakt; gelijk de profeet zegt:1

Original Greek

ἀλλ᾽all᾽YetG0235CONJ
οὐχouchnotG3756PRT-N
ὁhotheG3588T-NSM
ὕψιστοςhupsistosMost HighG5310A-NSM
ἐνeninG1722PREP
χειροποιήτοιςcheiropoiētoishand-madeG5499A-DPM
ναοῖςnaoistemplesG3485N-DPM
κατοικεῖ,katoikeidwells,G2730V-PAI-3S
καθὼςkathōsEven asG2531CONJ
ὁhotheG3588T-NSM
προφήτηςprophētēsprophetG4396N-NSM
λέγει·legeisays:G3004GV-PAI-3S
  1. woont niet in Namelijk alsof Hij daarin gesloten, of daaraan gebonden is, gelijk de Joden zich inbeelden; Jer 7:4 .

49 De hemel is Mij een troon, en de aarde een voetbank Mijner voeten. Hoedanig huis zult gij Mij bouwen, zegt de Heere, of welke is de plaats Mijner ruste?

Original Greek

ὁho<the>G3588T-NSM
οὐρανόςouranosHeaven [is]G3772N-NSM
μοιmoito MeG3165P-1DS
θρόνος,thronosa throne,G2362N-NSM
ἡhē<the>G3588T-NSF
δὲdeandG1161CONJ
γῆgēthe earthG1093GN-NSF
ὑποπόδιονhupopodiona footstoolG5286N-NSN
τῶνtōnof theG3588T-GPM
ποδῶνpodōnfeetG4228N-GPM
μου·mouof Mine;G3165P-1GS
ποῖονpoionWhat kind ofG4169I-ASM
οἶκονoikonhouseG3624GN-ASM
οἰκοδομήσετέoikodomēsetewill you buildG3618V-FAI-2P
μοι;moiMe?G3165P-1DS
λέγειlegeisaysG3004GV-PAI-3S
κύριος,kurios[the] Lord,G2962GN-NSM-T
ἢēorG2228CONJ
τίςtiswhat [is]G5101I-NSM
τόποςtopos[the] placeG5117N-NSM
τῆςtēsof theG3588T-GSF
καταπαύσεώςkatapauseōsrestG2663N-GSF
μου;mouof Mine?G3165P-1GS

50 Heeft niet Mijn hand al deze dingen gemaakt?

Original Greek

οὐχὶouchiSurelyG3780PRT-N
ἡhētheG3588T-NSF
χείρcheirhandG5495N-NSF
μουmouof MineG3165P-1GS
ἐποίησενepoiēsenhas madeG4160GV-AAI-3S
ταῦταtautathese thingsG3778D-APN
πάντα;pantaall?’G3956A-APN

51 Gij hardnekkigen en onbesnedenen van hart en oren, gij wederstaat altijd den Heiligen Geest; gelijk uw vaders, alzo ook gij.123

Original Greek

σκληροτράχηλοιsklērotrachēloiStiff-neckedG4644A-VPM
καὶkaiandG2532CONJ
ἀπερίτμητοιaperitmētoiuncircumcisedG0564A-VPM
τῇtēain theG3588T-DSF
καρδίαιςkardiaisheartsG2588N-DPF
ὑμῶνhumōnof youG4771P-2GP
καὶkaiandG2532CONJ
τοῖςtois<the>G3588T-DPN
ὠσίν,ōsinin ears,G3775N-DPN
ὑμεῖςhumeisyou yourselvesG4771P-2NP
ἀεὶaeialwaysG0104ADV
τῷtōtheG3588T-DSN
πνεύματιpneumatiSpiritG4151GN-DSN
τῷtō<the>G3588T-DSN
ἁγίῳhagiōHolyG0040GA-DSN
ἀντιπίπτετε,antipipteteresist,G0496V-PAI-2P
ὡςhōsasG5613PRT
οἱhoitheG3588T-NPM
πατέρεςpateresfathersG3962N-NPM
ὑμῶνhumōnof youG4771P-2GP
καὶkaialsoG2532CONJ
ὑμεῖς·humeisyou;G4771P-2NP
  1. onbesnedenen Dat is, hoewel gij uiterlijk besneden zijt naar het vlees, zo hebt gij nochtans niet de inwendige besnijdenis des harten, die zonder handen geschiedt, Deu 10:16 , en Deu 30:6 ; Jer 4:4 , zonder welke de uiterlijke niet nut is; Rom 2:28 .
  2. wederstaat altijd Grieks altijd valt gij tegen den Heiligen Geest; namelijk die u door zijn woord overtuigt dat de leer van Christus de rechte zaligmakende leer is, en evenwel staat gij dezelve altijd tegen.
  3. gelijk uw vaders, Zie Psa 78:8 .

52 Wien van de profeten hebben uw vaders niet vervolgd? En zij hebben gedood degenen, die te voren verkondigd hebben de komst des Rechtvaardigen, van Welken gijlieden nu verraders en moordenaars geworden zijt.123

Original Greek

τίναtinaWhichG5101I-ASM
τῶνtōnof theG3588T-GPM
προφητῶνprophētōnprophetsG4396N-GPM
οὐκouknotG3756PRT-N
ἐδίωξανediōxandid persecuteG1377V-AAI-3P
οἱhoitheG3588T-NPM
πατέρεςpateresfathersG3962N-NPM
ὑμῶν;humōnof you?G4771P-2GP
καὶkaiAndG2532CONJ
ἀπέκτεινανapekteinanthey killedG0615V-AAI-3P
τοὺςtousthoseG3588T-APM
προκαταγγείλανταςprokatangeilantashaving foretoldG4293V-AAP-APM
περὶperiaboutG4012PREP
τῆςtēstheG3588T-GSF
ἐλεύσεωςeleuseōscomingG1660N-GSF
τοῦtouof theG3588T-GSM
δικαίου,dikaiouRighteous One,G1342A-GSM
οὗhouof whomG3739R-GSM
νῦνnunnowG3568ADV
ὑμεῖςhumeisyou yourselvesG4771P-2NP
προδόταιprodotaibetrayersG4273N-NPM
καὶkaiandG2532CONJ
φονεῖςphoneismurderersG5406N-NPM
ἐγένεσθε·egenesthehave become;G1096V-2ADI-2P
  1. des Rechtvaardigen, Namelijk Jezus Christus. Zie Isa 53:11 ; Act 3:14 ; 1Jo 2:1 .
  2. verraders en Namelijk door Judas.
  3. moordenaars Namelijk door de Romeinse soldaten, hem, daar hij onschuldig was, ter dood veroordeeld hebbende.

53 Gij, die de wet ontvangen hebt door bestellingen der engelen, en hebt ze niet gehouden!12

Original Greek

οἵτινεςoitineswhoG3748R-NPM
ἐλάβετεelabetereceivedG2983V-2AAI-2P
τὸνtontheG3588T-ASM
νόμονnomonlawG3551N-ASM
εἰςeisbyG1519PREP
διαταγὰςdiatagas[the] ordinationG1296N-APF
ἀγγέλωνangelōnof angelsG0032GN-GPM
καὶkaiandG2532CONJ
οὐκouknotG3756PRT-N
ἐφυλάξατε.¶ephulaxatekept [it].G5442GV-AAI-2P
  1. door bestellingen Of, ordinantiën, dat is, beschikkingen en dienst. Zie Gal 3:19 .
  2. niet gehouden Grieks bewaard.

54 Als zij nu dit hoorden, berstten hun harten, en zij knersten de tanden tegen hem.1

Original Greek

ἈκούοντεςAkouontesHearingG0191V-PAP-NPM
δὲdenowG1161CONJ
ταῦταtautathese thingsG3778D-APN
διεπρίοντοdiepriontothey felt cut upG1282V-IPI-3P
ταῖςtaisin theG3588T-DPF
καρδίαιςkardiaisheartsG2588N-DPF
αὐτῶνautōnof themG0846P-GPM
καὶkaiandG2532CONJ
ἔβρυχονebruchonwere gnashingG1031V-IAI-3P
τοὺςtoustheG3588T-APM
ὀδόνταςodontasteethG3599N-APM
ἐπ᾽ep᾽atG1909PREP
αὐτόν.¶autonhim.G0846P-ASM
  1. berstten hun harten, Grieks werden doorzaagd in hunne harten; namelijk van spijt en toorn. Zie Act 5:33 .

55 Maar hij, vol zijnde des Heiligen Geestes, en de ogen houdende naar den hemel, zag de heerlijkheid Gods, en Jezus, staande ter rechter hand Gods.123

Original Greek

ὙπάρχωνHuparchōnHe beingG5225V-PAP-NSM
δὲdehoweverG1161CONJ
πλήρηςplērēsfullG4134A-NSM
πνεύματοςpneumatosof [the] SpiritG4151GN-GSN
ἁγίου,hagiouHoly,G0040GA-GSN
ἀτενίσαςatenisashaving looked intentlyG0816V-AAP-NSM
εἰςeisintoG1519PREP
τὸνton<the>G3588T-ASM
οὐρανὸνouranonheavenG3772N-ASM
εἶδενeidensawG1492HV-2AAI-3S
δόξανdoxan[the] gloryG1391N-ASF
θεοῦtheouof GodG2316N-GSM-T
καὶkaiandG2532CONJ
ἸησοῦνIēsounJesusG2424GN-ASM-P
ἑστῶταhestōtaalready standingG2476V-RAP-ASM
ἐκekatG1537PREP
δεξιῶνdexiōn[the] right handG1188A-GPN
τοῦtou<the>G3588T-GSM
θεοῦtheouof GodG2316N-GSM-T
  1. de heerlijkheid Dat is, den heerlijken God; of een goddelijke heerlijkheid, Luk 2:9 ; namelijk zover dezelve met mensenogen kan gezien worden.
  2. staande Dat is, zijnde, 1Pe 3:22 ; anders wordt Hij ook gezegd te zitten ter rechterhand Gods; Mar 16:19 .
  3. ter rechter- hand Daardoor wordt verstaan de hoogste heerlijkheid en macht.

56 En hij zeide: Ziet, ik zie de hemelen geopend, en den Zoon des mensen, staande ter rechter hand Gods.12

Original Greek

καὶkaiandG2532CONJ
εἶπεν·eipenhe said;G2036V-2AAI-3S
ἰδοὺidouBeholdG2400INJ
θεωρῶtheōrōI seeG2334V-PAI-1S
τοὺςtoustheG3588T-APM
οὐρανοὺςouranousheavensG3772N-APM
διηνοιγμένουςdiēnoigmenousopened upG1272V-RPP-APM
καὶkaiandG2532CONJ
τὸνtontheG3588T-ASM
υἱὸνhuionSonG5207N-ASM-T
τοῦtou<the>G3588T-GSM
ἀνθρώπουanthrōpouof ManG0444N-GSM-T
ἐκekatG1537PREP
δεξιῶνdexiōn[the] right [hand]G1188A-GPN
ἑστῶταhestōtaalready standingG2476V-RAP-ASM
τοῦtou<the>G3588T-GSM
θεοῦ.theouof God.G2316N-GSM-T
  1. geopend, Zie dergelijke Mat 3:16 .
  2. den Zoon des mensen, Dat is, Jezus Christus.

57 Maar zij, roepende met grote stemme, stopten hun oren, en vielen eendrachtelijk op hem aan;

Original Greek

κράξαντεςkraxantesHaving cried outG2896V-AAP-NPM
δὲdethenG1161CONJ
φωνῇphōnēain a voiceG5456GN-DSF
μεγάλῃmegalēloudG3173A-DSF
συνέσχονsuneschonthey heldG4912V-2AAI-3P
τὰtatheG3588T-APN
ὦταōtaearsG3775N-APN
αὐτῶνautōnof themG0846P-GPM
καὶkaiandG2532CONJ
ὥρμησανhōrmēsanrushedG3729V-AAI-3P
ὁμοθυμαδὸνhomothumadonwith one accordG3661ADV
ἐπ᾽ep᾽uponG1909PREP
αὐτόν·autonhim;G0846P-ASM

58 En wierpen hem ter stad uit, en stenigden hem; en de getuigen legden hun klederen af aan de voeten eens jongelings, genaamd Saulus.1234

Original Greek

καὶkaiandG2532CONJ
ἐκβαλόντεςekbalonteshaving cast [him]G1544V-2AAP-NPM
ἔξωexōout ofG1854PREP
τῆςtēstheG3588T-GSF
πόλεωςpoleōscityG4172N-GSF
ἐλιθοβόλουν.elithobolounthey were stoning [him].G3036V-IAI-3P
καὶkaiAndG2532CONJ
οἱhoitheG3588T-NPM
μάρτυρεςmartureswitnessesG3144N-NPM
ἀπέθεντοapethentolaid asideG0659V-2AMI-3P
τὰtatheG3588T-APN
ἱμάτιαhimatiagarmentsG2440N-APN
αὐτῶνautōnof themG0846P-GPM
παρὰparaatG3844PREP
τοὺςtoustheG3588T-APM
πόδαςpodasfeetG4228N-APM
νεανίουneaniouof a young manG3494N-GSM
καλουμένουkaloumenounamedG2564HV-PPP-GSM
ΣαύλουSaulouSaulG4569GN-GSM-P
  1. En wierpen hem Willende daarin de wet volgen; Lev 24:14 .
  2. getuigen legden Die naar de wet het stenigen moesten beginnen; Deu 17:7 .
  3. klederen af Namelijk hunne opperklederen of mantels, opdat zij te beter met stenen zouden kunnen werpen.
  4. Saulus Wiens bekering beschreven wordt in Hand. 9.

59 En zij stenigden Stefanus, aanroepende en zeggende: Heere Jezus, ontvang mijn geest.1

Original Greek

καὶkaiAnd [as]G2532CONJ
ἐλιθοβόλουνelithobolounthey were stoningG3036V-IAI-3P
τὸνton<the>G3588T-ASM
ΣτέφανονStephanonStephenG4736N-ASM-P
ἐπικαλούμενονepikaloumenonhe was calling outG1941V-PEP-ASM
καὶkaiandG2532CONJ
λέγοντα·legontasaying;G3004GV-PAP-ASM
κύριεkurieLordG2962GN-VSM-T
Ἰησοῦ,IēsouJesus,G2424GN-VSM-P
δέξαιdexaido receiveG1209V-ADM-2S
τὸtotheG3588T-ASN
πνεῦμάpneumaspiritG4151GN-ASN
μου.mouof mine.G3165P-1GS
  1. geest Dat is, ziel. Zie dergelijke Luk 23:46 .

60 En vallende op de knieën, riep hij met grote stem: Heere, reken hun deze zonde niet toe! En als hij dat gezegd had, ontsliep hij.123

Original Greek

θεὶςtheisHaving fallenG5087V-2AAP-NSM
δὲdethenG1161CONJ
τὰta<the>G3588T-APN
γόναταgonataon [his] kneesG1119N-APN
ἔκραξενekraxenhe criedG2896V-AAI-3S
φωνῇphōnēain a voiceG5456GN-DSF
μεγάλῃ·megalēloud;G3173A-DSF
κύριε,kurieLord,G2962GN-VSM-T
μὴmēnotG3361PRT-N
στήσῃςstēsēsmay placeG2476V-AAS-2S
αὐτοῖςautoisto themG0846P-DPM
ταύτηνtautēnthisG3778D-ASF
τὴνtēn<the>G3588T-ASF
ἁμαρτίαν.hamartiansin.G0266N-ASF
καὶkaiAndG2532CONJ
τοῦτοtoutothisG3778D-ASN
εἰπὼνeipōnhaving saidG2036V-2AAP-NSM
ἐκοιμήθη.ekoimēthēhe fell asleep.G2837V-API-3S
  1. met grote stem Zie dergelijke Mat 27:50 .
  2. reken hun deze Grieks stel hun deze zonde niet; dat is, wil die niet staande of blijvende houden, om hen daarover te straffen naar verdienste. Zie dergelijke Luk 23:34 .
  3. ontsliep hij Dat is, is gestorven; want de dood der gelovigen wordt een slaap genaamd om de zalige opstanding uit de doden, waardoor zij als uit een slaap wederom zullen opgewekt worden ten eeuwigen leven. Zie Mat 9:24 ; Joh 11:11 ; 1Co 15:6 , 1Co 15:18 , 1Co 15:20 ; 1Th 4:13 .